Havenreglement

HAVENREGLEMENT WSV HELIUS.

Dit Havenreglement is opgesteld ingevolge artikel 27 van de statuten  van WSV”HELIUS” en goedgekeurd op de Algemene Vergadering van 3 november 2008.

Artikel 1 – Algemeen Reglement Heliushaven.

In de haven van WSV”Helius” is het Algemeen Reglement Heliushaven van kracht zoals vastgesteld door de gezamenlijke beheerders: WSV Haringvliet, WSV Hellevoetsluis, WSV “Helius” en Marina Cape Helius.
Dit Algemeen Reglement Heliushaven is als appendix toegevoegd aan dit Havenreglement.

 Artikel 2 – Verantwoordelijkheid jachteigenaren.

  1. Degene die een lig- en/of walplaats heeft in/op de haven, is verantwoordelijk en aansprakelijk tegenover de vereniging voor de juiste uitvoering van dit Reglement.
    Tevens is deze persoon volledig verantwoordelijk en aansprakelijk voor zijn/haar bemanning en/of gasten tegenover de vereniging en derden.
  2. Behoort een jacht aan meer dan één eigenaar, dan wordt degene die de aanvraag voor een lig- en/of walplaats heeft ondertekend als aan te spreken eigenaar beschouwd. Alle eigenaren zijn echter afzonderlijk volledig aansprakelijk tegenover de vereniging

Artikel 3 – Aansprakelijkheid.

  1. De vereniging is niet aansprakelijk voor schade, vermissing, diefstal en/of het verloren gaan van eigendommen van derden. Iedere gebruiker van de faciliteiten van de haven, in de meest uitgebreide zin, doet dit geheel voor eigen risico.
  2. Ligplaatshouders en walplaatshouders, in welke vorm dan ook, zijn tegenover de vereniging en derden verantwoordelijk en aansprakelijk voor door hen aangerichte schade aan eigendommen van de vereniging en voor overtredingen van milieubepalingen. De vereniging stelt iedere overtreder aansprakelijk voor het totale gevolg, incl. sanctie en schade.
  3. Leden en kandidaat-leden zijn verplicht een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten zowel voor hen persoonlijk als voor hun schip.

Artikel 4 – Haven.

Aanwijzingen van de havenmeester dienen naar vermogen strikt te worden opgevolgd.
Bezwaren kunnen bij het bestuur worden ingediend.

  1. Alle ligplaatshouders moeten de afwezigheid van hun jacht, indien deze langer duurt dan 48 uur, melden aan de havenmeester. De havenmeester zal de plaatsen dan kunnen toewijzen aan passanten of leden.
  2. Schepen die naar de mening van het bestuur niet voldoende zijn/of worden onderhouden en daardoor tot overlast en irritatie zijn van de vereniging kunnen na aanzegging door het bestuur, op kosten van de eigenaar, worden verplaatst c.q. op de wal worden gezet.
  3. Het bestuur heeft het recht bij calamiteiten, dit ter beoordeling van het bestuur, zich toegang te verschaffen tot alle schepen die in de haven aanwezig zijn.
  4. Het bestuur heeft het recht alle schepen in de haven na te meten.

Artikel 5 – Afmeren.

  1. Alle schepen dienen deugdelijk te zijn afgemeerd. De havenmeester is bevoegd, na de eigenaar hiertoe in de gelegenheid te hebben gesteld, maatregelen te nemen in geval van ondeugdelijke afmering. De kosten hieraan verbonden, komen ten laste van de eigenaar van het jacht, onverminderd het bepaalde in artikel 3 van dit Reglement.
  2. Bij vertrek uit de haven dienen lijnen te worden meegenomen of deugdelijk worden opgeschoten. In haven drijvende lijnen kunnen door de havenmeester worden verwijderd.

Artikel 6 – Bijboten.

  1. Bijboten met een maximale lengte van 3 meter, afgemeerd bij het moederschip, zijn toegestaan. Echter zodanig dat er geen overlast voor derden ontstaat.
  2. Voor bijboten, die geen plaats aan boord of  bij het moederschip hebben, dient een walplaats aangevraagd te worden.
  3. Iedere bijboot moet voorzien zijn van een naam of nummer en een jaarlijks door de vereniging te verstrekken sticker als bewijs van betaling. De sticker dient op een duidelijk zichtbare plaats op de bijboot aangebracht te worden.

Artikel 7 – Toewijzing van ligplaatsen en walplaatsen.

  1. Ligplaatsen en walplaatsen worden, namens het bestuur, door de havencommissaris toegewezen aan leden en ereleden die daar schriftelijk om hebben verzocht. Jeugdleden komen alleen in aanmerking voor een walplaats. Gezinsleden en donateurs kunnen geen aanspraak maken op een ligplaats of walplaats.
  2. Per lid kan 1 ligplaats en/of 1 walplaats worden toegewezen. Iedere toegewezen plaats is strikt persoonlijk. Indien een lid een ander schip aanschaft dan waarvoor de ligplaats en/of walplaats was toegewezen, dient het lid ongeacht de maat van dat andere schip, dit direct te melden aan de havencommissaris. Een andere ligplaats kan/zal alleen worden toegewezen indien deze, naar oordeel van het bestuur, beschikbaar is.
  3. De uitgifte van beschikbare ligplaatsen wordt afgestemd op de afmetingen van de schepen waarvoor ligplaatsen zijn aangevraagd en geschiedt, bij aanvang van het seizoen als bedoeld in art.9, in overeen­stemming met een wachtlijst in onderstaande volgorde:
    1. aan leden met een ligplaats in de haven die om een andere ligplaats hebben verzocht,
      1. zijn er dan nog ligplaatsen over, dan aan leden wonend in de regio Voorne/Putten, Rozenburg en Goeree.
      2. zijn er dan nog ligplaatsen over, dan aan leden wonend buiten de regio als beschreven in lid b.

Binnen elk van bovengenoemde groepen genoemd onder a, b en c geldt voor toewijzing de volgorde van ontvangst van de schriftelijke aanvraag.
Indien het totaal aantal ligplaatshouders woonachtig in de regio als bedoeld onder b, meer bedraagt dan ¾ van het totaal aantal ligplaatsen in de haven, vervalt de voorrang van de leden wonend in de regio en zal bij toewijzing van de groepen genoemd onder b en c samen  alleen de volgorde van ontvangst van de schriftelijke aanvraag gelden.

  1. Het bestuur kan vrijgekomen lig- en/of walplaatsen reserveren om uit te geven aan kandidaat-leden in de volgorde als onder lid 3. De toewijzing van een lig- en/of walplaats aan een kandidaat-lid is tijdelijk en er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
  2. Iemand die voor de eerste maal een ligplaats toegewezen heeft gekregen komt gedurende 3 jaren niet in aanmerking voor een grotere ligplaats.
  3. Heeft een lid een lig- en/of walplaats toegewezen gekregen die, naar de mening van het bestuur, hoofdzakelijk door anderen dan bedoeld lid wordt gebruikt, dan heeft het bestuur de bevoegdheid te eisen dat de lig- en/of walplaats ten name van de gebruiker wordt gesteld, die dan ook lid dient te zijn.
  4. Voor de optimale benutting van de ligplaatsruimte heeft het bestuur te allen tijde het recht een ligplaatshouder een andere ligplaats toe te wijzen.

Artikel 8 – Entreegelden.

  1. Leden en kandidaat-leden die voor de eerste maal een ligplaats in het water of een walplaats krijgen toegewezen zijn een entreegeld verschuldigd als vastgesteld door de algemene ledenvergadering. Voor kleine schepen welke gewoonlijk met de hand op de jollensteiger uit het water worden gehaald, geldt geen entreegeld.
  2. Kandidaat-leden die niet worden toegelaten als lid ontvangen de betaalde entreegelden terug.
  3. Leden die naast een ligplaats in het water ook een walplaats krijgen toegewezen zijn voor beide entreegeld verschuldigd.
  4. Leden met een walplaats die overgaan naar een ligplaats in het water zijn het verschil tussen beide entreegelden verschuldigd. Leden met een ligplaats in het water die overgaan naar een walplaats kunnen echter geen aanspraak maken op restitutie van entreegeld.
  5. Jeugdleden zijn voor een walplaats geen entreegeld verschuldigd.
    Bij overgang van het jeugdlidmaatschap naar het gewone lidmaatschap is voor een walplaats entreegeld verschuldigd waarbij een vermindering geldt van 1/5 deel per jaar dat het jeugdlidmaatschap heeft geduurd.

Artikel 9 – Liggelden.

Het seizoen voor ligplaatsen is van 1 april t/m 31 maart van het daaropvolgende jaar.

Voor een ligplaats is liggeld verschuldigd voor het gehele seizoen dat bij vooruitbetaling vóór 31 maart moet worden voldaan. Bij korter gebruik vindt geen restitutie plaats.

De hoogte van het liggeld, evenals de wijze van berekening, wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering.

Artikel 10 – Opzegging ligplaatsen en/of walplaatsen.

Opzegging van een ligplaats dient schriftelijk te geschieden bij het bestuur vóór 1 november van het lopende jaar. Bij latere opzegging is liggeld voor het volgende seizoen verschuldigd.

Opzegging gedurende het lopende jaar geeft geen recht op restitutie van het betreffende jaar.

Leden en kandidaat-leden die hun liggeld niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldoen verliezen hun recht op een ligplaats.

Artikel 11 – Winterberging.

Leden kunnen gebruik maken van de mogelijkheid tot winterberging op een van de parkeer­terreinen van de vereniging. Leden die gebruik maken van de winterberging zijn gehouden aan de hiervoor geldende voorwaarden die bij aanvraag van de winterberging schriftelijk worden verstrekt.

Artikel 12 – Passanten.

  1. Onder passanten worden verstaan leden en niet-leden die met hun schip de jachthaven bezoeken terwijl ze op dat moment geen seizoen-ligplaats toegewezen gekregen hebben.
    Aan hen wordt havengeld berekend per overnachting volgens het tarief zoals vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering.
  2. Leden en kandidaat-leden zijn de helft van het tarief als bedoeld onder lid 1 verschuldigd.

Artikel 13 – Gebruiksregels.

  1. Het is niet toegestaan op de terreinen en in de havens der vereniging werkzaamheden te verrichten die, naar het oordeel van de havencommissie/havenmeester, verontreiniging van de haven en/of terreinen of overlast aan derden veroorzaken.
  2. Afval dient gescheiden in de daarvoor bestemde voorzieningen gedeponeerd te worden.
  3. Het is niet toegestaan op de steigers, de terreinen en in de opstallen van de vereniging licht ontvlambare en brandbare stoffen op te slaan en/of te verbranden.
  4. Het gebruiken van de ligplaats, direct of indirect, voor commerciële doeleinden, al dan niet in persoon, is verboden.
  5. Het maken van reclame in welke vorm dan ook, behoudens na schriftelijke toestemming van het bestuur, is verboden. Indien geconstateerde reclame-uitingen niet binnen de daarvoor gestelde tijd beëindigd zijn is de havenmeester gerechtigd dit te doen. Uitzondering hierop wordt gevormd door de gebruikelijke verkoop als eigenaar van het vaartuig, mits dit tevoren schriftelijk aan de havencommissie/havenmeester schriftelijk kenbaar gemaakt is.
  6. Het gebruik van de trailerhelling is alleen toegestaan na toestemming van de havenmeester.
  7. Het gebruik van de kolom/zwenkkraan is aan voorwaarden gebonden welke op verzoek door de havenmeester worden verstrekt en welke strikt dienen te worden nageleefd.
    Het hijsen van personen of lasten met personen met de kolom/zwenkkraan is strikt verboden.
  8. Het is niet toegestaan voertuigen, anders dan personenauto’s of boottrailers, te parkeren op het haventerrein zonder toestemming van de havenmeester.

Artikel 14 – Algemene bepalingen.

Het is niet toegestaan :

  1. Drinkwater te gebruiken voor het afspoelen van schepen, tenzij gebruik gemaakt wordt van een automatisch stoppende spuitmond.
  2. Kampvuren te maken.
  3. Te kamperen op de terreinen van de vereniging, zonder toestemming van de havenmeester.
  4. Op de steigers te fietsen en/of fietsen op of bij de steigers te plaatsen.
  5. Honden, zonder toezicht en niet aangelijnd, op de steigers en terreinen te laten lopen en uit te laten.
  6. Zonder toestemming van de havencommissaris mobiele kranen te gebruiken voor het hijsen van masten en/of schepen.
  7. Gebruik te maken van de laad- en lossteiger zonder toestemming van de havenmeester.
  8. Gebruik te maken van het verenigingsvlot zonder toestemming van de havenmeester.

Artikel 15 – Slotbepaling.

In alle gevallen waarin de Statuten, het Huishoudelijk Reglement of het Havenreglement  niet voorzien beslist het bestuur.

APPENDIX 

Algemeen Havenreglement Heliushaven

Het algemeen havenreglement is vastgesteld door de rechtspersonen die in de Heliushaven een jachthaven beheren. Dit zijn de 3 watersportverenigingen WSV Helius, WSV Hellevoetsluis en WSV Haringvliet en de Marina Cape Helius.

Daarnaast kunnen de beheerders afzonderlijk nog extra voorwaarden stellen in een apart reglement per jachthaven. Op naleving wordt toegezien door hun vertegenwoordigers.

Artikelen.

  1. Dit havenreglement geldt voor het gehele natte havengebied dat  in beheer is bij de Watersportverenigingen Haringvliet, Helius en Hellevoetsluis en Marina Cape Helius en omvat  het water en de daarin liggende steigers en golfwerende voorzieningen bij de havenentree. In dit gebied is van toepassing het BPR.
  2. De schipper van een jacht dat vaart of ligplaats heeft in de haven, is tegenover de havenbeheerders verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van dit reglement. Tevens is deze persoon volledig verantwoordelijk voor het gedrag van zijn/haar bemanning en/of gasten.
  3. Een ieder die zich in dit gebied bevindt dient de aanwijzingen te volgen van de havenmeester(s).
  4. Men is gehouden in dit havengebied orde, rust en zindelijkheid te betrachten; de veiligheid in acht te nemen en te voorkomen dat men door zijn/haar gedrag aanstoot neemt.
  5. Het storten van afval en vuil dient alleen te geschieden in de daarvoor bestemde voorzieningen op de haventerreinen.
  6. In het havengebied is het niet toegestaan:
    1. sneller te varen dan 6 km (= 3,3 mijl) per uur.
    2. te zeilen en op of af te tuigen, uitgezonderd de zeilboten zonder (hulp)motor
      (bv. de jeugdopleidingbootjes. )
    3. hinderlijk lawaai te maken,
    4. met brandstof en afvalstoffen (daaronder begrepen afvalstoffen afkomstig van het boordtoilet en uitwerpselen van dieren), olie, lenswater en dergelijke het havengebied te verontreinigen.
      Bij overtreding zal de politie worden geïnformeerd.
    5. behoudens met toestemming van de havenbeheerder of havenmeester motoren anders te laten draaien dan om het vaartuig te verplaatsen.
    6. behoudens met toestemming van de havenbeheerder of havenmeester elders ligplaats(en) in te nemen dan is overeengekomen dan wel is aangewezen.
    7. met gehesen zeilen (behoudens boten zonder motor) of met onveilige of voor anderen hinderlijke snelheid in de haven te varen.
    8. het vaartuig niet behoorlijk af te meren of in onverzorgde staat (achter) te laten.
    9. te ankeren of dreggen uit te zetten.
    10. op of aan een schip overlast veroorzakende werkzaamheden uit te voeren behoudens in nood-gevallen.
    11. sportwedstrijden, waterfeesten en dergelijke te houden, anders dan in goed overleg met/na melding aan de gezamenlijke beheerders.
  7. Overtreding van één van de onder 6a t/m 6k genoemde verboden geeft de havenbeheerder of havenmeester het recht de overtreder de toegang tot de haven en bijbehorende terreinen en de zich aldaar bevindende gebouwen te ontzeggen.
  8. Passanten dienen vóór de per beheerder geldende tijd de haven te verlaten dan wel voor een nieuwe periode het havengeld te hebben voldaan.
  9. De havenbeheerder is niet aansprakelijk voor schade van welke aard of door welke oorzaak dan ook, aan personen of goederen toegebracht, of door verlies of diefstal van enig goed, tenzij een en ander het gevolg is van een aan hem en/of de zijnen toerekenbare tekortkoming.
  10. Bij verschil van mening over de uitleg van dit reglement en in zaken waarin dit reglement niet voorziet beslissen de gezamenlijke beheerders.

-.-.-